‘Wilt u extra komkommer op uw broodje gezond?’ Extra komkommer, dacht ik. Nee, dat hoeft niet. Ik vind dat er normaal al genoeg komkommer op zit. Iets in die trant antwoordde ik. ‘Nee,’ zei het meisje, ‘er zit geen komkommer op.’ Wat is dat nou weer voor iets geks, dacht ik, een broodje gezond zonder komkommer. Nou ja, doe dan maar wel. ‘U kunt alvast afrekenen terwijl ik uw broodje klaarmaak’, en ze overhandigde me een papiertje met twee streepjescodes. Broodje gezond: €5,- Extra beleg: €0,75. Een slimme doch respectloze marketingtruc: je haalt een standaard ingrediënt uit het pakket en laat de klant er onaangekondigd extra voor betalen.
Ten eerste klopte haar vraag niet. Het woord ‘extra’ impliceerde dat er al komkommer op het broodje zat. Extra betekent namelijk ‘meer dan gewoonlijk’. Ten tweede liet ze niet weten dat er kosten aan verbonden waren als ik ‘ja’ zou zeggen. Maar ja, welke mierenneuker gaat er stampij maken over 75 cent? Ik niet. Zo kwam het dat ik voor drie plakjes komkommer 75 cent betaalde. Maar genaaid voelde ik me wel.
Het is alsof ik een klant zou vragen of ‘ie gebeld wil worden wanneer zijn zending is afgeleverd, de klant bevestigend antwoordt en ik hier vervolgens een tientje voor op de factuur zet (extra! want er staan al meer tientjes op de factuur).
Een Zeeuwse kassière langs de A58 maakte het nog bonter. Toen ik bij haar een broodje gezond bestelde en er nietsvermoedend mee naar buiten liep, bleek er toen ik ‘m openvouwde alleen een plak kaas tussen te zitten. Ik had er wel de volle mep voor betaald. Verbaasd stiefelde ik terug naar binnen, ervan uitgaand dat er sprake moest zijn van een misverstand. En een misverstand was het. Meermaals had ze gevraagd welk beleg ik op mijn broodje wilde, maar ik had niet geantwoord. Toen ik aangaf haar vragen niet gehoord te hebben en dat dat toch alleszins waarschijnlijker was dan dat ik haar doelbewust negeerde (of met een broodje gezond een broodje kaas bedoelde), haalde ze achteloos haar schouders op.
De volgende stap is dat je een broodje gezond bestelt, je gedachten afdrijven naar je geliefde en je vervolgens buitenkomt met een kaal stokbroodje dat niet eens is opengesneden. Vandaar dus dat ik zo alert was toen mij gevraagd werd naar extra komkommer.
Ik dacht dat ik na een koerierschap van bijna dertien jaar gepokt en gemazeld was in het tankstationwezen. Vakkundig ontweek ik doorgaans alle opdringerige verkooptrucs die op me afgevuurd werden (wilt u nog gebruik maken van onze aanbieding? Hebt u interesse in onze handdoekenactie? Spaart u Freebees? NEE! Alleen een kassabon graag). Maar de valkuil wordt telkens weer opnieuw gegraven. Internetcharlatans proberen me voor honderden euro’s per jaar advertentieruimte te verkopen op websites die nooit bezocht worden. Energieproleten trachten me zakelijke energiecontracten aan te smeren waarvan ze weten dat ze alles behalve de goedkoopste zijn. Bij een auto-onderdelenzaak wilden ze me pakweg 45 euro laten betalen voor 5 liter ruitenwisservloeistof. Toen ik dit weigerde, bleken er ook nog pakken van 15 euro in de winkel te staan. Je wordt genaaid waar je bij staat.
De Schotse filosoof en econoom Adam Smith verkondigde in de achttiende eeuw dat wat in het belang is van het individu ook in het belang is van de gemeenschap; wie goed doet voor zichzelf, doet goed voor het collectief. Het idee van een vrije markt is dat die markt voorziet in de behoeften van het individu. Dat diezelfde markt door middel van allerhande marketingtrucs fictieve behoeften in de hoofden van individuen plant of onder valse voorwendselen zijn producten probeert te slijten aan vermeende onnozelen, had Adam Smith blijkbaar niet voorzien. Ging dat maar alleen over komkommers.
© Sjaak van Haaster