Zie elkaar graag

De lange stoet gezinsauto’s die op Nieuwjaarsdag gemoedelijk zuidwaarts trok op de A50 tussen Zwolle en Apeldoorn had iets weg van een ongeplande en ongeorganiseerde begrafenisstoet die, hoewel dat heel wel mogelijk was, niet onderbroken diende te worden omdat dat respectloos zou zijn. Het was net alsof massaal besloten was het nieuwe jaar te starten met het goede voornemen om de maximumsnelheid én elkaar te respecteren. De volgevreten ego’s die de omvang van hun auto’s reeds sinds lange tijd ontgroeid waren en normaal gesproken de Nederlandse wegen bevolkten, leken te zijn verzadigd door een overdaad aan oliebollen en appelflappen of in hun onverzadigbaarheid zelfs geëxplodeerd. Misschien waren ze al achtergelaten bij het kerstdiner, een moment waarop vrijwel alle ego’s als gevolg van de sociale maar vaak o zo vervelende plichtplegingen gereduceerd worden tot niets en gedwongen worden zich te schikken in het familiecollectief. Ik stelde me zo voor dat duizenden door familiaire gezelligheid murw gebeukte zielen behoefte hadden aan rust en daartoe als vanzelfsprekend ook die van anderen respecteerden. Het besef dat hard rijden slechts tot minimale tijdswinst leidt, leek eindelijk collectief te zijn doorgedrongen tot het vaak ogenschijnlijk onwrikbare menselijke bewustzijn. Het wegennet was al sinds lange tijd niet meer toereikend voor het aantal auto’s, maar nog minder voor het aantal ego’s. Maar vandaag gelukkig niet.

Stilletjes hoopte ik dat dit de opmaat was voor de transitie naar een maatschappij waarin de ego’s gekrompen waren tot acceptabele proporties, waarin winstbejag, misleiding en egoïsme slechts uitwassen waren van een norm waarin bescheidenheid de boventoon voerde en waarin behoeftebevrediging enkel nog betrekking had op reële behoeften. Het ongebreidelde en ronduit belachelijke consumentisme zou plaatsmaken voor het vervullen van échte noden. We zouden de bodemloze leegte in onszelf niet langer opvullen met spullen, maar met woorden en intermenselijk contact.

Het zou een maatschappij zijn waarin de vraag ‘hoe gaat het met je’ nooit beantwoord zou worden met ‘lekker druk’, omdat dat geforceerd zou voelen, onecht, als ware het een contradictio in terminis. Facebook en WhatsApp zouden niet meer bestaan, want social media zouden niet voldoen aan de eisen die we stelden aan intieme en oprechte communicatie. We zouden geen aandacht meer naar ons toe trekken met overdreven vrolijke of juist dramatisch emotionele openbare uitingen van verdriet en wanhoop, maar elkaar opbellen, of beter nog, opzoeken, in de ogen kijken en de dingen zeggen die er echt toe doen. We zouden begrijpen dat emoticons geen emoties zijn, want we zouden weer écht met elkaar praten, en belangrijker nog, echt naar elkaar luisteren. We zouden ons gehoord en gezien voelen, zonder erom te hoeven schreeuwen.

Als ik mijn medemens en mezelf ook maar iets wil toewensen voor het nieuwe jaar, dan is het dat. Zie elkaar, hoor elkaar en heb elkaar lief. Of zoals de Vlamingen dat veel mooier zeggen, zie elkaar graag, want dat is alles wat er is.

© Sjaak van Haaster