Iedere keer dat ik voor mijn werk de voormalige grens tussen West- en Oost-Duitsland passeer, verbaas ik mij er weer over dat ik dat zomaar kan doen. Geen rijen auto’s, geen uren wachttijd, geen spiegels onder mijn auto, geen laadruimte die ik open moet maken, zelfs geen paspoortcontrole. Sterker nog, al rijdend op de A38 die zich op schitterende wijze een weg baant door Midden-Duitsland, is er vrijwel niets dat nog herinnert aan de scheidslijn tussen beide landen. Enkel een bord waarop de aanwezigheid van het ‘Grenzlandmuseum’ vermeld staat en een tunnel genaamd ‘Tunnel der Deutschen Einheit’ maken duidelijk dat ik de voormalige grens passeer. Maar waar die grens precies was, is al rijdend met een snelheid van 130 kilometer per uur niet waar te nemen. Zeker niet ’s nachts…

Oost-Duitsland. Wat moet dat een vreselijk land zijn geweest om in te leven. Wie de film ‘Das Leben der Anderen’ gezien heeft, weet wat ik bedoel. Het land werd geterroriseerd door de Stasi. Je kon je eigen buren niet vertrouwen. Daarentegen was het enige wat ‘wij’ van het land te zien kregen voetbalwedstrijden in de UEFA-cup van Dynamo Dresden en Lokomotiv Leipzig. Of gedrogeerde atletes zonder borsten op de Olympische Spelen. Dat de DDR met een relatief bescheiden inwoneraantal op de Olympische Spelen van 1976 en 1988 als tweede eindigde in de medaillespiegel achter ‘broederland’ de Sovjet-Unie maar vóór de Verenigde Staten, versterkt (zo niet: bevestigt) de indruk dat er sprake was van een grootschalig dopingprogramma. Het huidige Rusland is er niks bij.  Een façade was het, die DDR. Een kunstmatig land waarin niets was wat het leek.

En toch; veel Oost-Duitsers identificeerden zich met hun land. Na de Duitse eenwording in 1990 raakte hun identiteit ondergesneeuwd door het grotere en rijkere West-Duitsland. De planeconomie werd vervangen door een vrije markt. Helmut Kohl stelde de Oost-Duitsers ‘blühende Landschaften’ in het verschiet. Dat was naïef. De verschillen zijn er nog altijd. Het oosten van Duitsland is armer en er heerst meer werkloosheid dan in het westen. Het is nog steeds niet wat het lijkt. Een van de weinige vlakken waarop Oost-Duitsland het beter doet, is op het gebied van de kinderopvang; onder het communisme werkte iedereen, dus ook vrouwen. Kinderopvang was in de DDR allang een veelvoorkomend fenomeen, terwijl in het westen de katholieke moraal nog alomtegenwoordig was en veel vrouwen thuis zaten. Karl Marx zei het al: geloof is opium voor het volk.

Eigenlijk ben ik veel te jong om me te verbazen over het feit dat ik zomaar Oost-Duitsland in kan rijden. De Berlijnse Muur viel toen ik vijf was. Een jaar later was de Duitse Hereniging een feit. Ik ben nooit in Oost-Duitsland geweest. Er zijn nooit douaniers geweest die met spiegels onder mijn auto keken. Sterker nog, ik kan me zelfs niet herinneren dat we ooit gecontroleerd werden als ik met mijn ouders vanuit Nederland Duitsland inreed.

Maar toch, het was nog tijdens mijn leven dat er op vier uur rijden van mijn huis een land bestond dat niet toegankelijk was. Een andere wereld, een gesloten wereld. Het is nog geen dertig jaar geleden en we weten allemaal: dertig jaar is zo voorbij.

En zo rijd ik al mijmerend Tsjechië in, zonder controle uiteraard.

© Sjaak van Haaster – Tekstbureau de Taalformule

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s