Het is half september maar de zon knalt striemend neer op mijn al behoorlijk gebruinde huid. Het dek is zó heet dat ik mijn blote voet er niet op kan zetten. De stormachtige wind op de boot doet daar niets aan af. Zodra ik een ledemaat van het witte, plastic ligbed optil, wappert het onbedekte stuk van mijn badhanddoek abrupt onder me vandaan. De continue windstroom brengt een ruis in mijn oren teweeg, die me het gevoel geeft dat ik langs een drukke snelweg sta. Niets is minder waar; ik lig op een boot midden in de Middellandse Zee, tussen Palma de Mallorca en Barcelona om precies te zijn. Zo ver mijn blik reikt niets dan blauw op mijn netvlies.

Gebruind of niet, als ik me niet insmeer, word ik levend geroosterd. Ik zie me geplaatst voor het aloude dilemma van de eenzame zonaanbidder: ga ik iemand vragen om mijn rug in te smeren? En zo ja, wie? Ik besluit dat het zo ja wordt. Ik kan kiezen uit de helft, want alle mannen vallen af. Mannen kun je dat niet vragen. Dat is te verwarrend voor ze. Je weet wel, ambivalente gevoelens ten opzichte van homoseksualiteit en hun eigen identiteit en zo. Blijven dus de vrouwen over. Ik scan het dek af. Het is een helikopterdek. Op het midden van de donkere vloer is een enorme witte cirkel gedrukt met daarbinnen een reusachtige ‘H’. Aan de andere kant van de cirkel zitten twee vrouwen, waarvan de een de anders rug insmeert. De een is slank, heeft lang, stijl, zwart haar en draagt een zwarte bikini, de ander heeft een spijkerrokje en een beige shirtje aan en is wat gezetter. De bikini-vrouw lijkt het meest benaderbaar. Gek dat je dat van zo ver kunt zien. Wat mimiek en lichaamstaal al niet prijsgeeft.

Wanneer ik opsta, wordt mijn ligbed meteen door de wind opgelicht. Ik duw het ding tegen de wand van het dek aan. De luwte en mijn rugzak, die ik er op zet, houden ‘m op zijn plek.

De bikini-vrouw, die mij en de fles zonnebrand in mijn rechterhand van achter haar zonnebril oppikt wanneer ik tot enkele meters genaderd ben, maakt mijn vraag bij voorbaat overbodig door de fles meteen aan te pakken. Als ik vraag of ze het geen vervelend verzoek vindt, reageert ze nonchalant: “No, not at all. When you’re alone, it’s normal.” Ze heeft een opvallend lage stem en haar bikinitopje staat strak gespannen om haar siliconenborsten. Ze smeert me in zoals een vrouw dat doet: zacht, en voelbaar zonder schroom. Ze tilt zelfs mijn armen op om bij mijn zij te kunnen. “Is it enough?” vraagt ze terwijl ze stopt. “Yes,” antwoord ik, “thank you.” Terug bij mijn ligbed observeer ik de vrouwen een tijdje. Nu pas zie ik dat de bikini-vrouw een string draagt.

Naast het restaurant op de boot is een winkel die volhangt met trendy handtassen, sieraden en allerhande prullaria. De twee vrouwen hebben het dek net als ik verlaten en kijken wat rond in het winkeltje. Drie Spaanse mannen –ze zijn beduidend ouder dan ik– hebben hen ook gespot en zijn ze zichtbaar en hoorbaar belachelijk aan het maken. De vrouwen horen het, maar gaan ogenschijnlijk ongestoord verder met het beoordelen van de glitterende tassen in het winkeltje. De mannen schaterlachen en slaan elkaar bij iedere geslaagde grap joviaal op de schouders. De aanblik van het tafereel maakt me misselijk.

Ik begrijp nooit waarom mensen aanstoot nemen aan het gedrag of uiterlijk van anderen als niemand daar schade aan ondervindt. Al die mensen die zo ‘lekker zichzelf zijn’, maar het niet kunnen verkroppen als anderen ‘zichzelver’ zijn dan zijzelf. Als jij jezelf mag zijn, waarom zou iemand anders dat dan niet mogen? Lekker jezelf zijn komt voor veel mensen blijkbaar neer op lekker inconsequent zijn. Maar zeg nou zelf, wat is moeilijker: lekker jezelf zijn en anderen bekritiseren of jezelf zijn, geslachtsveranderende operaties ondergaan en bekritiseerd worden?

En wat ís in vredesnaam jezelf zijn? En hoe weet je dat je jezelf bent, los van dat je iedere dag in hetzelfde lichaam wakker wordt en herinneringen hebt? Het doet me denken aan een interview van FlabberTV: “Jij bent ook een bijzonder geval hè?” Vrouw: “Ik ben gewoon uniek, ik ben gewoon mezelf. Interviewer: “Jij ook al?”

Plots vraag ik me af of de miljardair, voor wie ik naar Mallorca ben gereden, ook zo lekker zichzelf is met zijn kostbare jacht dat in de haven van Palma naast dat van andere schatrijken ligt.

Na de insmeerbeurt op de boot ben ik ‘gewoon mezelf’ gebleven. Ik ben niet gaan twijfelen over mijn geaardheid, ik voel me niet bedreigd en de neiging om vrouwenkleren aan te trekken is nog steeds te verwaarlozen. Bovenal ben ik niet verbrand, en daar ging het om.

© Sjaak van Haaster

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s